Wegwijzer

Je trekt zacht mijn arm omhoog
woorden uit mijn mond
en mij je richting uit

Ik trippel, niet zeker wetend waar mijn benen te zetten
Je leidt me
de verkeerde richting uit

In de pas, zoals jij dat wilt
Ik wil sneller gaan, maar jij houdt me tegen
Trekt aan mijn draden, terug achterwaarts

Je tilt me op en leidt me weg.
De andere richting uit
en ik laat je
Speel met me, kies wat ik doe
Laat me draaien en keren
Dansen, treuren en opnieuw rechtstaan

Je laat los en ik ben alleen
Ik kruip in de hoek en wacht
tot een ander me optilt en zijn weg op trekt

Eeuwig verloren

Figment of my imagination

Ons verhaal speelt voor mijn ogen af
Elke aanraking, elk woord
Kortstondige aantrekking
Desalniettemin, alles absorberend

Ik leer je kennen, of dat denk ik toch
Je leerde mij kennen, of deed een poging tot

We wandelen over een braakliggend terrein en ik neem je hand
De twijfel in je ogen lezend neem ik je dichterbij,
niet zeker wetend of dat het juiste is om te doen,
maar het doet me niets

Je stilte vult de lucht die ik inadem
en brandt in mijn longen, meer dan rook ooit kon doen

Ik laat je los en daar stopt het. Ik ben weer hier en jij daar.
De afstand vergroot en het wordt troebel. Ik zie je niet meer.

Misschien heb ik je nooit echt gezien.

Icarus

Ik voel me… Leeg. Het doet me minder dan verwacht, maar het piekt wel. Ik ben te moe om te wenen, dus doe ik het niet, de zin blijft er wel. Mijn ademhaling lijkt niet te willen bedaren, ik snap niet waarom. Ons uiteen gaan was een onvermijdelijkheid.

We zitten op de douchevloer. Het water breekt de barrière die je langzaamaan hebt opgebouwd, ik voel me oud. Je duwt je lippen tegen de mijne terwijl ik je met mijn verschrompelde vingers aanraak. Laat me je vasthouden, verbrand je handen. Dit is bekend.

Ik probeer je in me op te slaan. de welving van je lippen, hoe je huid voelt onder de mijne, hoe je door me lijkt te kijken alsof we elkaar echt kennen. Maar dat doen we niet. Wie wij waren of zijn is onbelangrijk. Ik ken je niet.

Te dicht tegen de zon.

 

Symfonie

De vioolspeler streelt
zijn snaren met zijn strijkstok.
Ik kijk gebiologeerd toe hoe hij zijn handen
behendig heen en weer beweegt.

Kennis van zijn instrument.

Hij brengt klanken voort die een gevoel
van heimwee naar boven brengen.
Ik mis thuis,
maar ben niet zeker welke.

Misschien ben ik er nog niet over
Misschien staat deze symfonie symbool voor de nood aan afsluiting
Misschien is dit het begin van het einde.

De vioolspeler legt zijn viool aan de kant
en jij loopt van me weg.

 

(Ik begin opnieuw en hij komt terug.
Ik ben de symfonie nog niet beu
en hij heeft geen keuze.)