Zwijgraam

Je ogen aan het venster gekluisterd
je kijkt naar buiten, maar lijkt niets te zien
je blik op oneindig, zachtjes lachend
Ik wil je aandacht, maar ik krijg hem niet

Ik tik op je schouder, schuif zachtjes wat dichter
probeer je te snappen, probeer zacht te slikken
ik weet dat je me hoort, maar me niet verstaat
Het heeft nu geen zin dat ik tegen je praat

Dus laat ik je even, maar ik neem je wel vast
en kijk mee naar het venster, daar ver in die kast.

“Netflix en chill.”

Poging tot

Ik wil dat je me kust
de vuile woorden van mijn lippen likt
mijn bitterheid proeft en het lekker vindt

Leer me kennen in het donker
hoor me praten en luister
merk mijn woorden op
zie me graag als ik dat even niet doe

Kijk in mijn ogen en zie wat ze zeggen
lees tussen de regels
parafraseer wat je ziet
zodat we samen mij kunnen begrijpen.

Dan hebben we het toch geprobeerd.

Jeuk

Mijn been jeukt. Ik krab en laat mezelf bloeden. Ik ontsmet de wonde en lig op mijn bed. Ik heb moeite met alleen zijn. Ook met samen zijn, maar minder. Ik voel me steeds vaker vreemd en zeg te vaak ik. Mijn dagen fluctueren en ik blijf bezig, poog niet te denken aan de leegte. Probeer niet te denken aan jou of hem. Als ik dat dan wel doe dan liever aan allebei. Om mijn hoofd te verwarren. Al lijkt het op ontwarren. Gedachtespinsels vergelijken, mezelf proberen te snappen, maar niet helemaal slagen. Denken aan vroeger, aan mama en pijn. Onlosmakelijk verbonden. Ik luister naar muziek die mijn humeur weerspiegelt zoals ik wel vaker doe en voel me niet anders. Het leven valt in herhaling en ik vraag me af of dat me nog niet verveelt. Ik vraag me af of ik het beu ben, bestaan, maar beslis van niet. Mijn twijfel baart me zorgen, maar niet lang genoeg om me er iets van aan te trekken. Mijn been jeukt. Ik krab en laat mezelf bloeden.

Vanaf nu, enkel nog slenteren

Ik wandel met mijn vingertoppen
speels jouw richting uit.
Ik streel, aai
en liefkoos elke stap en volg
een voor mij uitgegraven pad

De poging om niet te denken
aan de achtergebleven afdrukken faalt,
maar het stoort me minder dan ik had gedacht. Kom
Dichterbij mij en mijn gedachten,
word verzwolgen in wat ik denk
en voel zoals ik ook zo vaak doe.

Vaar mee op mijn gedachtenstroom en alsjeblieft, loop niet weg.
Ik ben het rennen beu.

Vanaf nu, enkel nog slenteren.