Een spook wandelde mijn huis binnen. Zijn plaats zoekend in de zetel vindt hij mijn blik. Ik dacht en hoopte iets te voelen, maar een lege drukte vult mijn borst. De persoon die hij ooit leek te zijn bleek enkel een schim van wie hij daadwerkelijk was. Net als ik ademt hij gewone lucht, en al ziet hij de wereld ook anders dan de rest lijken we toch niet op dezelfde wolk te zweven.
Ik spring twee wolken omhoog en kijk naar hoe mijn leven zich heeft afgespeeld. Mijn bed soms leeg, soms gevuld. Zij het met lust of liefde. Ik zie me haar vastnemen terwijl ze huilt of hem terwijl hij klaarkomt. Beide momenten, puur, brengen een melancholisch gevoel in me naar boven. Ik leg mijn hoofd te rusten en staar naar de lege ruimte en alles wat nog komen zal.
Ik weet niet of ik klaar ben voor meer.
Mijn verleden is alles wat ik ken, alles wat ik weet, wat ik geleerd heb. De figuren, immer bekend, altijd aanwezig. Ik zie hem wandelen en volg zijn tred, de manier waarop de bal van zijn voet de grond eerst raakt en hij net wat met zijn rechterbeen trekt voor hij een volgende stap zet. Hij loopt, zoals altijd, met zijn hoofd in de wolken. Zijn hoofd niet in de realiteit, niet in het nu. Net als de mijne, denk ik dan.
Je was als bliksem voor de storm.