Dubio

Bon Iver weet me nogmaals tot tranen te beroeren terwijl ik een melige tienerfilm kijk die me terugbrengt naar de tijd waarin ik nog geen hartpijn kende. Ik zie een jong koppel voor het eerst kussen en denk aan ons. Het dringt door dat wij niet kunnen en niet zullen zijn. En ik ben niet helemaal zeker wat ik het ergste vind. Het afgewezen gevoel of jou nooit kunnen kennen.

Misschien zegt dat al genoeg?

Een glimp van mijn handen op jouw huid, je lippen op de mijne. Onze kleren ergens in de kamer, een verloren sok. Al lachend leer ik je kennen terwijl ik je buitenlijnen traceer met mijn vingertoppen. Ik brand ze op mijn netvlies, hopend dat ik ze niet meer vergeet. Mijn lichaam trilt tegen het jouwe en de wereld brandt op.

Is dit wat ik wil?

Ik wandel door een stad die nog maar recentelijk de mijne is. Elke vreemde legt een nieuw pad bloot, maar ik zoek steeds je gezicht. Zowel blij als teleurgesteld als ik deze niet vind. Elke stap werkt verlossend en voelt goed, maar het lijkt niet te helpen.

Mijn hoofd is een chaos.

Er dolen genoeg spoken door mijn hoofd. Het is al een rommel genoeg zonder jouw aanwezigheid, maar je blijft hem teisteren. Ik wil dat je weggaat, maar vraag of je blijft. Ik ben een eeuwige tweestrijd die temporeel in Zwitserland resideert.