In stilte voelen

Je vraagt me wat ik voel. Ik val stil. Woorden stromen door mijn hoofd en bijna uit mijn mond, maar nét niet. Ik voel de regendruppels op mijn huid en hoe ze zacht naar beneden dwalen terwijl ze opdrogen. Ik voel de wind, terwijl hij door mijn haren waait en mijn netgekamde haar in de war brengt. Ik voel jouw blik, in mijn richting, zoekend. Ik voel mijn hart versnellen als ik nadenk over je aanraking. Ik voel hoe ik hoop dat je ziet wat ik voel. Ik? Ik voel me goed, denk ik.

Dingen die ik leuk vind, maar die jou niet kunnen schelen

Is de wereld gemaakt voor mij om te leven? Ik hou mij vast aan de noten van mijn laatste lied en drijf weg op een zee van dromen. Wanneer ik opkijk, ben jij weg. Ben jij weg? Of is de schim die jij moest voorstellen plots verdwenen. Je bent al lang weg en ik besef het. Een onomatopee, klets, een slag in mijn gezicht. Ik ben alleen, ik hou me vast aan mijn laatste lied en zing stil de noten. Noten… Ik ben allergisch aan noten.

De jongen op de gang

Bedwelmd. Dat is hoe ik me voel wanneer ik hem met grote schreden keer op keer zie passeren. Lettend op hoe hij zijn stappen neemt, zijn benen beweegt en de bijhorende gezichtsuitdrukking. Het voelt als een kortfilm die zich in slechts enkele seconden voor me afspeelt, maar toch evenveel in me teweeg brengt. Hij draait zich om en werpt een korte blik in mijn richting. Ik, niet zeker wetend of de subtiele glimlach voor mij bedoeld was, smelt. De daarop volgende uren loop ik op een wolkje met mijn gedachten in iets wat op de zevende hemel leek te lijken.

 

Zelfs goden zijn mensen

Stap.

Ik zet een stap vooruit.
Dichterbij, denk ik bij mezelf, maar ik durf de nabijheid niet aan.
Het voortdurende smachten laat iets achter.
Een leegte of iets anders dat ik al dan niet kan beschrijven.

Ik ben machteloos.

Je praat tegen me en ik voel voor het eerst je warmte,
de revelatie van je menszijn sijpelt door de godlike waanbeelden die ik in mijn hoofd had gecreëerd.

Ik zie voor me hoe je trede per trede naar beneden schuifelt.
Je blik houdt de mijne vast en ik besef het.

Diary Extract 3

I knew you were trouble when you walked in” wordt door mijn luidsprekers gebombardeerd terwijl ik van de ene kant van de kamer naar de andere knal. Ik zing de tekst, die ik schaamteloos van buiten ken, luidkeels mee zonder er verder bij na te denken. De laatste tonen kondigen het einde van het liedje aan en ik plof me in de zetel. Gniffelend om mijn eigen idiotie denk ik na over de tekst. Plotselinge tranen wellen zich op in mijn ogen. Het is vreemd om te denken dat je hooked kan zijn zonder iemand echt te kennen. Nog vreemder om te denken dat je het al die tijd had zien aankomen. I knew you were trouble when you walked in… En hoe. Je langzame, maar zelfzekere tred. Je ietwat zelfingenomen blik die sporadisch gebroken werd door een verlegen glimlach. Het voelde als je kennen, zonder je ooit ontmoet te hebben.

Memories

I find it weird to write down memories, because I know they’re not true. All memories are lies, since our mind fills in the empty gaps of every detail we have forgotten. So for that, memories are lies. He might’ve said something differently then the way I perceived him to have said those things. But I would never know because in the way I remembered it, he said it in exactly that dreadful tone. Therefor, memories are lies. Which obviously doesn’t mean they hurt less. My knees still go weak when I think of the first time he told me he loved me, tears still well up in my eyes when I think of the last time he did.

My days are filled with hope and desperation. I still long for the feeling of being whole again, being happy. I’m desperately yearning for attention, contemplating whether or not I deserve it.