Zesde hemel
Ik kijk naar je. Ik zie je. Of dat denk ik toch. Ik maak mezelf wijs dat ik je ken, want dat sust me. Je handen tokkelen mee op de muziek en ik denk terug aan hoe ik dat ook doe. Een beeld van hoe we op eenzelfde ritme elkaars lichaam betokkelen flitst voorbij. Ik wrijf het jeukende gevoel langs mijn benen weg en probeer me te focussen op iets anders. De manier waarop het licht tegen de glazen flessen speelt leidt me lang genoeg af om mijn ademhaling te laten bedaren.
Mijn hoofd is licht. De bas van de muziek laat mijn lichaam meer trillen dan anders. Ik geniet van het gevoel en neem nog een slok van mijn glas wijn. Terwijl ik mijn ledematen voel warmer worden overtuig ik mezelf je richting nog eens uit te kijken. Onze blikken kruisen en ik bevries. Ik kijk naar alles en niets en droom over je. Hoe ik je hand vastgrijp, de afstand tussen ons laat verdwijnen en je mee op pad trek. We dansen op straat, in onze cocon. Omringd door onze eigen muziek en gedachten.
“Ik spaar de zevende voor wanneer ik je voor het eerst kus.”